B.A.S. (Bouwen aan een adaptieve school).
Onze school doet sinds een aantal jaren mee met het BAS-project. In het BAS-project staan de
volgende vragen centraal:
- • Wat kan de school doen om de doeltreffendheid van het onderwijs te verbeteren?
- • Hoe kan de school omgaan met verschillen in de groep?
- • Op welke manier kan de differentiatie worden georganiseerd?
- • Hoe kunnen kinderen actief betrokken worden bij het onderwijs?
Bij BAS houden we rekening met de verschillen die er bestaan tussen kinderen. Verschillen in talent,
tempo en temperament (gedrag). Ons onderwijs richten wij zo in zodat er duidelijkheid ontstaat over
de manier waarop leerkrachten de leerlingen op systematische wijze instructie geven, hulp bieden en
emotioneel en sociaal laten ontwikkelen.
We beseffen dat de sfeer waarin een kind moet opgroeien van groot belang is om een volwaardig
mens te worden. Wij stellen daarom een vriendelijk en veilig klimaat met orde en regelmaat op prijs.
Pas als een kind zich veilig voelt, kan het zich ontwikkelen. Binnen het leerproces houden we drie
belangrijke behoeften goed in de gaten:
- • De behoefte aan relatie: erbij willen horen, meetellen
- • De behoefte aan competentie: iets kunnen, in jezelf geloven
- • De behoefte aan autonomie: zelfstandig zijn, je eigen handelen kunnen reguleren
Deze drie basisbehoeften van adaptief onderwijs bepalen in onze ogen succesvol leren. Leraren laten
de leerlingen ervaren dat ze er bij horen, dat ze iets kunnen en dat ze het steeds beter alleen/zelf
kunnen. Dat betekent zorgen voor:
- • Vertrouwen in kinderen;
- • Ondersteuning op die momenten waarop daar behoefte aan is;
- • Voldoende uitdaging
We proberen om de kinderen, gedurende hun schooltijd, een houding te laten ontwikkelen die zich
kenmerkt door zelfverantwoordelijkheid, zelfstandigheid en solidariteit. Het hebben van een positief
zelfbeeld, het niet bang zijn voor het maken van fouten en het durven nemen van initiatieven, draagt in
onze ogen bij aan een gezonde en brede ontwikkeling. Daarom willen we de kinderen helpen hun
sterke en zwakke kanten te leren kennen, laten we ze initiatieven nemen en keuzes maken, doen we
regelmatig een beroep op hun saamhorigheidsgevoel en spreken we ze aan op hun sociale
verplichtingen.