Contact

 
R.K.B.S. de Griffel
Hedeveld 1
7603 TK Almelo
0546 - 861190
 

Schoolgids

 2011-2014

Woord vooraf

U ontvangt deze schoolgids omdat uw kind bij ons op school zit of omdat u uw kind hebt aangemeld. Voor u ligt de nieuwe uitgave voor de schooljaren 2011/2014. In deze schoolgids vindt u de nodige algemene informatie over het team, de school, de leerlingenzorg, de schoolregels, enz. Kortom, het is een praktische gids met nuttige informatie over allerlei zaken met betrekking tot de RKBS De Griffel. Het is belangrijk dat u deze gids bewaart, omdat u hierin antwoorden kunt vinden op allerlei vragen. Naast deze schoolgids ontvangt u de “Belangrijke Weetjes”. Hierin staan zaken vermeld die gelden voor een schooljaar. U kunt o.a. denken aan de groepsverdeling, het gymrooster, de vakanties, de geplande vrije dagen etc. Voor zaken die niet van tevoren zijn te plannen, ontvangt u naast deze gidsen maandelijks een mededelingenblad, de zogenaamde “maandmededelingen”. Blijven er vragen onbeantwoord, dan bent u natuurlijk altijd van harte welkom op school.

G.H.M. Wesselink, directeur.

1. De school

De RKBS De Griffel is een katholieke school voor basisonderwijs. Wij behoren tot de Stichting Quo Vadis.
De Stichting Quo Vadis is het bevoegd gezag van twintig scholen voor interconfessioneel, katholiek en protestants-christelijk basis- en speciaal onderwijs. De stichting is voortgekomen uit de schoolbesturen voor katholiek en protestants-christelijk onderwijs te Almelo en Deventer en is per 1 januari 2004 van start gegaan.
Meer dan 600 medewerkers zijn voor de stichting werkzaam op de scholen voor primair onderwijs in Almelo, Deventer, Gorssel, Joppe en Vriezenveen. In totaal bezoeken ruim 5000 leerlingen deze scholen.

 QUO VADIS. Waar gaan wij heen, hier en nu? Waar willen we voor staan? 

Op de eerste plaats voor christelijk onderwijs. Christelijk: de grondslag voor ons denken, van ons leven, om het even of we van reformatorische afkomst zijn of tot de katholieke kerk behoren. In Christus willen we samen één zijn en deze oorspronkelijke eenheid gezamenlijk uitdragen.
Maar we staan ook in deze wereld met al haar verworvenheden en onvolkomenheid. Daarom willen we op onze weg maatschappelijk betrokken zijn, onze verantwoordelijkheid in deze wereld nemen, een sociaal beleid voeren.
Dit brengt ons op het begrip menselijk zijn, ons betrokken voelen bij het wel en wee van anderen, de behoefte te zorgen voor onze medemens en hierbij met name gericht op het kind.
Specifiek voor onze organisatie betekent dit, dat wij in brede zin, een essentiële bijdrage willen geven aan de ontplooiing van onze leerlingen, zodat ze opgroeien tot goede burgers, gezond naar geest en lichaam, geworteld in onze christelijke traditie 

Om dit te bereiken is ontwikkeling, kennis nodig. In onze organisatie dienen we ervoor te zorgen dat deze kennisoverdracht op verantwoorde wijze plaatsvindt. Hiervoor is kwaliteit nodig. Kwaliteit van ons onderwijs, van onze medewerkers, van onze stichting. Die kwaliteit kan alleen gegarandeerd worden als we steeds blijven beseffen, dat we ons op onze taken moeten bezinnen. Met andere woorden: innovatief, vernieuwend en modern bezig zijn.
De stichting "QUO VADIS" wil haar naam eer aan doen en weet waarheen zij op weg is.

Zie voor verdere informatie de website: www.stichtingquovadis.nl

1.1 Het aannamebeleid

De RKBS De Griffel heeft een open aannamebeleid. Dat wil zeggen, dat ieder kind welkom is, met wat voor levensbeschouwing dan ook. Voorwaarde is wel, dat de doelstellingen en de middelen van de school door deze leerlingen en hun ouders worden gerespecteerd. Dit heeft tot gevolg, dat op onze school kinderen met verschillende culturele en godsdienstige achtergronden te vinden zijn.

Wanneer u uw handtekening zet onder het inschrijfformulier van de school geeft u daarmee tevens uw toestemming voor het zo nodig inschakelen van deskundige hulp van buitenaf. Dit gebeurt altijd in overleg met u.

Voordat het kind wordt ingeschreven kan hij/zij een aantal keren komen kennismaken. Ongeveer twee weken voor de dag dat het kind 4 jaar wordt, wordt het hiervoor uitgenodigd. Op de maandag na de vierde verjaardag kan het kind bij ons op school komen.

De toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen wordt volgens onderstaand beleid geregeld:

 Toelating van leerlingen 

Uw kind is bij ons welkom op school als het: 

  • de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt 
  • (indien van toepassing) het overdrachtsformulier van de peuterspeelzaal of onderwijskundig rapport van de andere basisschool/instelling is afgegeven aan de directie 
  • alle gegevens op het (voorlopig) inschrijfformulier naar waarheid zijn ingevuld  
  • het inschrijfformulier door zowel de ouder(s) als de directeur is ondertekend 

 Een kind wordt bij ons op school niet toegelaten wanneer:

  • er een duidelijke twijfel is of het kind de basisschool aankan.
  • het kind in een groep geplaatst moet worden waarin reeds een aantal “zorgleerlingen” zit, waardoor niet de zorg kan worden geboden die het kind nodig heeft.
  • in geval van een handicap van het kind de school niet adequaat is ingericht of ingericht kan worden
  • aan de toelatingsvoorwaarden van het inschrijfformulier niet wordt voldaan
  • ernstig wangedrag en/of ernstige verstoring van de rust en veiligheid van anderen en/of het zich maar niet willen houden aan de schoolregels op de vorige school door de leerling of zijn ouder(s) aanleiding zijn tot verandering van school of tussentijdse inschrijving
  • ouders de katholieke godsdienst, uitgangspunten en doelstellingen van de school niet wensen te onderschrijven of te respecteren (Leerlingen met een andere godsdienstovertuiging, die niet wensen deel te nemen aan het godsdienstonderwijs of -activiteiten op onze school, kunnen hiervoor geen vrijstelling krijgen.)

Wij vinden het belangrijk expliciet aan te geven dat ook kinderen met een handicap in principe van harte welkom zijn op onze school. Zoals hierboven weergegeven dient in eerste instantie, in overleg met de ouders, te worden gekeken of de mogelijkheid bestaat om de school adequaat in te richten. Eveneens zal in overleg met de ouders een handelingsplan dienen te worden opgesteld dat jaarlijks wordt geëvalueerd. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, is er geen reden een gehandicapt kind niet te plaatsen.

Als we echter op De Griffel niet de juiste leeromgeving kunnen bieden voor uw kind, dan zullen we samen met u op zoek gaan naar de juiste school.

Schorsing van leerlingen 

Tot schorsing wordt overgegaan wanneer de directeur (herhaald) ernstig wangedrag van een leerling constateert, andere  maatregelen niet het gewenste effect hebben bewerkstelligd en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing.

Ernstig wangedrag kan bijvoorbeeld mishandeling zijn, diefstal, het herhaald negeren van schoolregels, het in gevaar brengen van de veiligheid van medeleerlingen en/of teamleden en/of ouders van andere leerlingen, enz.

Verwijdering van leerlingen 

Verwijdering van een leerling is een maatregel die het bestuur slechts in het uiterste geval en dan nog uiterst zorgvuldig zal nemen. Er moet sprake zijn van ernstig wangedrag en een onherstelbaar verstoorde relatie tussen leerling en school en/of ouder en school.

Voordat de verwijderingsprocedure wordt gestart, hebben de betreffende ouders, als vervolg op eerdere gesprekken die met hen hebben plaatsgevonden, een schriftelijke waarschuwing van de school ontvangen, waarbij gewezen wordt op een mogelijke verwijdering als het wangedrag aanhoudt.

Ook als de school niet kan voldoen aan de zorgbehoefte van het kind kan, in overleg met de leerplichtambtenaar en de inspectie, na inachtneming van de juiste procedure, de procedure tot verwijdering worden ingezet.

1.2 De indeling van het gebouw

De plattegrond van de RKBS De Griffel is achterin deze schoolgids afgedrukt. Hierin vindt u met name de plaats van de groepen in de school. Door groei of krimp van de school kan deze indeling wijzigen.

2. Waar de school voor staat

De RKBS De Griffel is een katholieke school voor basisonderwijs. Dat betekent, dat wij proberen in onze school een sfeer te scheppen, die de leerlingen helpt een keuze te maken voor een christelijke levenshouding.

Onze school geeft aan elk kind de gelegenheid de toekomst te zien, zich uit te rusten met kennis en vaardigheden, zodat het als een waardevol mens verder kan gaan in de multiculturele samenleving, waarvan onze school een afspiegeling vormt.

Onze school heeft het onderwijs zo georganiseerd, dat kinderen in acht aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen. Daarmee zal dan een goede basis gelegd zijn voor het volgen van het voortgezet onderwijs, dat bij het kind past. Toch is zittenblijven bij ons op school mogelijk.

Wij zien het geven van onderwijs als onderdeel van het maatschappelijk gebeuren. Zowel de maatschappij als de school zijn voortdurend aan het veranderen. De school is eigenlijk ook een klein maatschappijtje, waarin kinderen en volwassenen goed met elkaar moeten kunnen omgaan. Om goed rekening met elkaar te kunnen houden, is er overleg, gelijkwaardigheid en openheid nodig.

Daarom zullen er op school allerlei voorwaarden geschapen worden.
Een paar voorbeelden:

  • Het kind heeft plezier in het naar schoolgaan
  • Het kind voelt zich veilig en geborgen.
  • Het kind heeft vertrouwen in zichzelf en in anderen.
  • Het kind heeft het gevoel, dat hij iets alleen kan.
  • Het kind heeft het gevoel dat hij bij de groep hoort.
  • Het kind wordt begeleid naar een vervolgonderwijs, dat bij hem past.

Schoolcontact-/schoolvertrouwenspersoon 

Zoals op iedere basisschool zijn er ook op de RKBS De Griffel een schoolcontactpersonen. Bij ons op school zijn dat juf Trees Kaptein en juf. Sabine Rotman. Zowel leerkrachten, kinderen als ouders kunnen bij hen terecht wanneer zich onverhoopt iets voordoet dat de nodige aandacht vraagt. U kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld ongewenste intimiteiten, maar ook aan onaangename, bedreigende of vijandige werk- en studieomstandigheden. Zij kunnen u ook doorverwijzen naar één van de vertrouwenspersonen voor de scholen vallend onder ons bestuur:     

2.1 Prioriteiten

Er wordt op onze school rekening gehouden met de mogelijkheden van elk kind afzonderlijk. We proberen elk kind zo goed mogelijk te laten presteren. (Daarbij letten we op de kerndoelen van het onderwijs.) We starten over het algemeen klassikaal en geven extra hulp waar dat nodig is. We gebruiken hiervoor het directe instructiemodel. Dit houdt in dat we op drie verschillende niveaus instructie geven. We doen dit in het kader van ons BAS project. In de loop van deze periode (2011-2014) hebben we deze manier van werken volledig geïmplementeerd.

In de kleutergroepen ligt een hoge prioriteit in het werken aan de taalontwikkeling van de kinderen via het “Piramide-project”. We hebben dit project de afgelopen jaren uitgebreid en aangepast aan onze school.

Ook in de groepen 3 tot en met 8 staat de taalontwikkeling centraal. We hebben hiervoor een nieuwe taalmethode in gebruik. In deze methode staat ook een woordenschatlijn centraal. Maar ook tijdens de zaakvakken besteden we veel aandacht aan de taal en de woordenschatontwikkeling.

Natuurlijk besteden we ook veel aandacht aan de sociaal emotionele ontwikkeling. Dit gebeurt in groep 1 en 2 door middel van “De doos met gevoelens” en “Het blauwe boek”. In de groepen 3 t/m 8 gebruiken we hiervoor het PAD-leerplan

 

 2.2 Het pedagogisch klimaat van de school

Onderwijskundig concept 

De RKBS De Griffel werkt volgens een leerstofjaarklassensysteem.

De verschillen in prestatie- en ontwikkelingsniveau van de kinderen maken het noodzakelijk binnen dit systeem ruimte te maken voor individuele begeleiding van leerlingen. De extra formatie, die onze school krijgt toegewezen door de hoge wegingsfactor, wordt dan ook voor een groot deel ingezet voor het verkleinen van de groepen.

Wij zijn van mening dat het kind een aantal basisbehoeften heeft. Het kind moet uitgedaagd worden, moet voelen dat hij/zij erbij hoort, moet zich veilig voelen, moet merken dat de leerkracht in hem/haar gelooft en moet positieve ervaringen opdoen (dit is goed voor zijn/haar zelfbeeld).

Pedagoog Luc Stevens onderscheidt drie basisbehoeften van een kind waarmee school en leerkrachten rekening dienen te houden: COMPETENTIE, ZELFSTANDIGHEID EN RELATIE (ik kan iets, ik kan het zelf, ik hoor ergens bij).

In het algemeen betekent dit dat we proberen het kind zo lang mogelijk bij de groep te houden:

  • Leren is een sociaal proces: je leert van elkaar en met elkaar. De verwoording van een uitleg door een medeleerling is vaak makkelijker te begrijpen voor een kind dan de verwoording van de leerkracht. Wij willen dit gegeven in ieder geval uitbuiten.
  • Als kinderen te vaak buiten de groep worden geplaatst, missen ze een stuk relatie: ze kunnen zich niet meer “optrekken” waardoor het gevaar bestaat dat ze nog zwakker worden (het moeraseffect).
  • De instructietijd via een ontkoppeld traject wordt vaak minder, terwijl deze kinderen juist meer instructietijd zouden moeten krijgen.

 

Het klimaat van de school 

Wij gaan op school met elkaar om op basis van gelijkwaardigheid. Daarbij gaan we uit van de normen en waarden die bij onze christelijke levensovertuiging passen:

  • Respect voor anderen
  • Begrip voor anderen als persoon
  • Rekening houden met elkaar
  • Verantwoordelijkheid nemen voor eigen en andermans spullen

Als we spreken over gelijkwaardigheid, dan bedoelen we niet: gelijkheid. Voor de verhouding leerkracht - leerling betekent dit: zorg hebben voor de leerlingen en proberen er een band mee op te bouwen. Kinderen voelen dit verschil haarfijn aan.

We scheppen een sfeer van geborgenheid, veiligheid, openheid en gezelligheid, Daarbij vinden we het belangrijk dat er orde, rust en regelmaat heerst.

We stimuleren de kinderen om positief met elkaar en hun omgeving om te gaan.

We leren de kinderen samen te werken, samen te spelen en elkaar te helpen in groepsverband.

Natuurlijk is daarvoor een aantal afspraken van belang (zie “schoolregels”).

Door middel van verschillende vieringen proberen wij de onderlinge omgang, de sfeer en het begrip voor elkaar verder uit te bouwen.

Actief burgerschap en sociale integratie 

Op 1 februari 2006 trad de bepaling in werking die aan scholen de opdracht geeft het actief burgerschap en de sociale integratie van leerlingen te bevorderen.

Deze bepaling is ook terug te vinden in de herziene kerndoelen voor het basisonderwijs.

Naast het belang van een goede beheersing van de Nederlandse taal voor deelname aan de maatschappij, bevatten de herziene kerndoelen ook allerlei onderwerpen die hiervoor van belang zijn.

Visie: We hechten bij ons op school aan dat leerlingen zich gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. Tevens vinden we het belangrijk dat ze respectvol omgaan met verschillen in geloof, religie en opvattingen van andere mensen. Ook is het van belang om zorg te dragen voor lichamelijke en psychische gezondheid van hun zelf en de ander. Tevens dienen ze zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument oog te hebben voor het individu.

Als school zijn we op een breed terrein bezig om bovenstaande in praktijk te brengen en komt dit terug in  veel lessen om bovenstaande te bewerkstelligen.

  • In alle verkeerslessen
  • In de geschiedenislessen
  • Gesprekken die dagelijks plaatsvinden over hoe om te gaan met elkaar.(BAS en PAD regels)
  • In school-tv-lessen zoals het tv-weekjournaal, huisje,boompje,beestje, nieuws uit de natuur enz.
  • Methode identiteit: Trefwoord
  • In leskisten van oa. natuur en milieu en GGD.
  • Toepassen van het pestprotocol.
  • Sova-training.

Natuurlijk is ons hele handelen en omgaan met leerlingen, ouders en collega’s erop gericht om bovenstaande te bevorderen en te stimuleren.

2.3 Contact met de ouders

Wij vinden het belangrijk, dat we veel contact hebben met ouders. Zo kunnen we een goede wisselwerking krijgen tussen de lerende en opvoedkundige taak van de school en die van de ouders.

Wij verwachten van ouders, dat zij samen met ons, proberen te zoeken naar de beste manier om hun kind (en onze leerling) zich prettig te laten voelen. Alleen dan kan het kind zich goed ontwikkelen. Aan het begin van elk schooljaar plannen we een informatieavond waarbij de ouders informatie over hun kind aan de nieuwe leerkracht door kan geven. Verder hebben we drie maal per jaar (in november, maart en juni)  gespreksavonden met ouders over het wel en wee van hun kind. De schriftelijke rapportage , die de kinderen voorafgaand aan de gespreksavond  mee naar huis is dan een van de gespreksonderwerpen. Natuurlijk kunt u ook op andere momenten altijd informatie vragen bij de groepsleerkracht.

Er is altijd de mogelijkheid om een gesprek te hebben met een leerkracht na schooltijd. Ook kunt u een afspraak maken met de directeur of met de intern begeleider. Dit zou dan ook onder schooltijd kunnen. Als wij van onze kant met u willen praten, laten wij u dat vanzelfsprekend weten.

3. De organisatie van het onderwijs

3.1 De onderbouw

De leerkrachten van groep 1 en 2 zorgen voor een opgewekte sfeer en een positief sociaal klimaat waarin de kinderen zich veilig voelen. Vanuit dit gevoel van veiligheid komen de kinderen tot spel en kunnen ze nieuwe dingen ontdekken. De leerkrachten zijn alert op signalen van de kinderen en reageren daarop met respect voor hun eigenheid en zelfstandigheid. Zij stellen echter ook grenzen. Ze structureren en ze verhelderen waarom maatregelen worden genomen. Ze geven het goede voorbeeld en er is een intensieve dialoog tussen leerkracht en kind.

De Griffel werkt daarbij met het totaalprogramma “Piramide”. Alle belangrijke ontwikkelingsgebieden krijgen daarin aandacht:

  • de sociaal emotionele ontwikkeling
  • de persoonlijkheidsontwikkeling en redzaamheid
  • de motorische ontwikkeling en de voorbereiding op het schrijven
  • de creatieve ontwikkeling en creatieve technieken
  • de ontwikkeling van de waarneming
  • de taalontwikkeling en de voorbereiding op het lezen
  • de denkontwikkeling en de voorbereiding op het rekenen
  • de oriëntatie op ruimte en tijd en wereldverkenning

Aan deze ontwikkelingsgebieden wordt in de peuterspeelzaal en in de groepen 1 en 2 gewerkt in een krachtige leeromgeving aan de hand van onderwerpen en thema’s waarin de ontwikkelingsgebieden in samenhang voorkomen en waarin ook de voorbereiding op groep 3 is opgenomen.

3.2 De doorgaande lijn in de groepen 1 t/m 4

Alle kinderen in de leeftijd van 4 tot 7 jaar ontwikkelen zich vooral door spelactiviteiten. Niet alleen omdat spel leuk en gezellig is, maar omdat het pure noodzaak is. Door te spelen leren de kinderen namelijk hoe de wereld in elkaar zit. Ze doen daarbij de ervaringen op, die ze nodig hebben om te kunnen leren lezen, rekenen en schrijven. Daarbij zoeken we een goede verhouding tussen spelen en leren.

We vinden het belangrijk dat de overgang naar groep 3 zo soepel mogelijk verloopt. Dit houdt in dat de kinderen vanaf groep 1 al worden gestimuleerd om zelfstandig keuzes te maken. Ze kiezen zelf wanneer ze verplichte werkjes willen doen. In groep 3 en deels ook in groep 4 zult u speel- en werkhoeken vinden. Zoals u zich wellicht voor kunt stellen wordt er van de kinderen een steeds grotere mate van zelfstandigheid verwacht.

3.3 De doorgaande lijn in de groepen 5 t/m 8

We werken op school volgens de ideeën van adaptief onderwijs. Dit houdt in dat we in ons onderwijs zoveel mogelijk rekening houden met de mogelijkheden van elk kind. Het ene kind heeft aan een korte instructie genoeg, het andere kind heeft een iets uitgebreidere instructie nodig en er zijn kinderen die soms nog een extra zetje in de rug nodig hebben. Vandaar dat u in de groepen ook extra groepstafels ziet waaraan we de extra instructie en begeleiding kunnen geven. Ook in het leerstofaanbod houden we rekening met de verschillen tussen de kinderen. Uitgangspunt is dat de kinderen allemaal een basisprogramma aangeboden krijgen. Hiermee halen we de kerndoelen van het onderwijs zodat we geen enkel kind tekort doen. Naast dit basisprogramma bestaat de mogelijkheid om de leerstof uit te breiden. Soms is het verdiepingsstof passend binnen ons basisprogramma, soms ook is het extra stof die niet bij het basisprogramma hoort.

Regelmatig wordt de stof getoetst. Hiermee kan de leerkracht zien of de basisstof beheerst wordt en de leerling verder kan. Wanneer hieruit blijkt dat de stof nog niet beheerst wordt dan volgt er gerichte extra hulp. Deze kan zowel binnen als buiten de klas plaatsvinden.

In de hogere groepen krijgen de leerlingen af en toe huiswerk. Dit huiswerk is onder te verdelen in:

  • extra oefenen, als de stof niet helemaal begrepen is of er door ziekte een deel van de stof is gemist.
  • leerwerk voor “proefwerken” en spreekbeurten.

We geven geen lesboeken mee. Wel kopieën daarvan als dat nodig is. Op school krijgen de kinderen tijd om dit “huiswerk” te leren, maar voor veel kinderen is meenemen naar huis niet alleen “spannend”, maar ook noodzakelijk. Verder is het natuurlijk ook een goede voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

3.4 Groeperingen

Op onze school zitten de kinderen gegroepeerd volgens het jaarklassensysteem. Dat betekent, dat het kind een jaar lang bij dezelfde leerkracht(en) zit. Bij het samenstellen van de groepen en het inzetten van de leerkrachten proberen we zo min mogelijk combinaties van groepen te maken.

Lukt dit niet dan proberen we toch zo veel mogelijk momenten te plannen dat de groepen gescheiden les krijgen. Dit doen we onder andere door het inzetten van extra personeel en het gecombineerd (en dus met grotere groepen) naar de gymles gaan.

Door het hele schooljaar heen worden de resultaten van elke leerling bekeken en aan de hand daarvan wordt er bepaald of een overstap naar de volgende groep verantwoord is. Indien een overstap niet verantwoord is, zal dit met u besproken worden. Uitgangspunt bij een doublure is dat we verwachten dat het voor de ontwikkeling van dit kind goed is. De uiteindelijke beslissing om een leerling een jaar te laten doubleren ligt bij het onderwijsteam.

3.5 Groepsgrootte

Wij zijn een school met in verhouding veel leerkrachten. Dat betekent dat het mogelijk is kleine groepen samen te stellen. De gemiddelde groepsgrootte lag de afgelopen jaren rond  de 15.

4. De organisatie van de leerlingenzorg

4.1 Leerlingenzorg en leerlingvolgsysteem: “Steeds een vinger aan de pols”

 

Het observeren van het gedrag en het volgen van de ontwikkeling van de leerlingen is leidend voor het onderwijsaanbod op de Griffel. Tevens wordt systematisch geregistreerd welke vorderingen een leerling maakt en welk niveau beheerst wordt. 

Regelmatig worden alle kinderen op hun basisvaardigheden getoetst; de resultaten daarvan worden per leerling vastgelegd in het Leerlingvolgsysteem, dat ook gegevens bevat over de ontwikkeling op sociaal en emotioneel gebied.

De resultaten van de toetsen worden besproken door de Interne Begeleider met de leerkrachten van de betreffende groep.

De vorderingen worden vooral bekeken in het licht van de eigen ontwikkeling van het kind. We gaan er immers vanuit dat ieder kind zich op zijn eigen wijze ontwikkelt en dat het onderwijs zich daarbij moet aansluiten. Wij geven dit vorm door de onderwijsbehoeften van de kinderen in kaart te brengen.

4.2 Speciale zorg

Soms zijn het gedrag, de prestaties in de klas of de uitslagen van de toetsen aanleiding om extra maatregelen te nemen.

De leerkracht die dit signaleert overlegt met de Interne Begeleider van de school. Het resultaat kan zijn dat:

  • er geïntervenieerd wordt in de groep; een andere plek, een ander tafelgroepje, andere (werk)afspraken, aangepaste opdrachten en/of materialen, etc.
  • de leerkracht een handelingsplan voor het kind maakt ( bijv. dagelijkse oefeningen). We kennen individuele handelingsplannen en groepsplannen. Handelingsplannen worden in principe met de ouders besproken.
  • de ouders gevraagd wordt thuis met het kind speciale oefeningen in spelvorm te doen, met oudere kinderen "huiswerk" te maken of te oefenen (regelmatig lezen, sommen oefenen, woordjes leren schrijven)
  • de Interne Begeleider gevraagd wordt het kind te observeren, de leerkracht daarna te adviseren of een uitgebreider pedagogisch-didactisch onderzoek af te (laten) nemen
  • de Collegiale Consulent vanuit ons SWV wordt ingeschakeld voor een observatie of een adviserend gesprek.
  • de leerling besproken wordt in het ZAT(= Zorg Advies Team) Hier worden leerlingen besproken die vanwege diverse problematieken extra aandacht behoeven. Het ZAT bestaat uit de Directie, de IBer, de leerplichtambtenaar, een schoolverpleegkundige en/of een maatschappelijk werkende. De wijkagent is op afroep beschikbaar.
  • de hulpvraag van de school bij het Zorgplatform Almelo ingebracht wordt.
    Vanuit deze advisering door een multidisciplinair team (schoolarts, psycholoog, schoolbegeleider, maatschappelijk werk, etc.)wordt er verder gewerkt met het kind op de eigen school.
    Wanneer SBaO (Speciaal Basis Onderwijs) wordt geadviseerd beslist de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) uiteindelijk of de leerling daar geplaatst kan worden. Ouders melden hun kind officieel zelf aan bij de PCL.
    Deze PCL hoort bij het Samenwerkingsverband WSNS 06-05 waaronder ook de Almelose Katholieke Basisscholen (Quo Vadis) en de school voor Speciaal Basisonderwijs Toermalijn behoren.
  • Het kan ook zijn dat een leerling na onderzoek van de Commissie voor Indicatiestelling
    een clusterbeschikking krijgt. Dit voorziet in een plaatsing in het Speciaal Onderwijs of een  rugzakbeschikking (overigens verdwijnen de CVI’s per 1 aug. 2012. Dan zullen de SWV’en zelf indiceren t.b.v. extra zorg.
    Cluster 1 : voor visuele handicaps, cluster 2 : voor spraak- taal problematiek, cluster 3 : voor langdurig zieke en/of zeer moeilijk lerende kinderen of cluster 4 : voor leerlingen met een gedragsprobleem, zoals een stoornis in het autistisch spectrum.
    Uit deze rugzak kan extra hulp, begeleiding en specifiek materiaal gefinancierd worden. Leerlingen met een rugzak worden ondersteunend begeleid door een Ambulant Begeleider vanuit het betreffende cluster.

De onderwijsbehoefte van iedere leerling moet helder in beeld gebracht worden; het onderwijs cq. de begeleiding sluit daar op aan. Voor zorgleerlingen waarvan de school vermoedt dat ze eindniveau groep 8 niet zullen halen, wordt een aangepast ontwikkelingsprofiel geschreven. Dit gebeurt door de IBer, in samenspraak met de groepsleerkracht, waarna deze de bijbehorende handelingsplannen schrijft.

4.3 Passend Onderwijs.

Zoals het er naar uitziet wordt Passend Onderwijs ingevoerd in augustus 2012. Dit houdt in, dat iedere basisschool zoveel mogelijk zorgleerlingen zelf opvangt en een goed onderwijsaanbod heeft voor vrijwel alle leerlingen (zorgplicht). Wanneer de onderwijsbehoefte van een aangemeld kind echter zó specifiek is, dat de basisschool adequate begeleiding niet kan bieden, dan is de school verplicht de ouders in contact te brengen met de school- of de organisatie die die specifieke ondersteuning wél kan bieden. De school begeleidt de ouders in dat traject en houdt ook de zorgplicht voor deze leerlingen (via het Samenwerkingsverband). Overdracht tussen de voorschoolse periode (PG of KDV) en de basisschool is hierin cruciaal. Ouders moeten echter wel toestemming geven voor deze overdracht.

Basisscholen moeten dus op de hoogte zijn waar welke zorg gegeven/ gehaald kan worden. Inclusief onderwijs is niet aan de orde, want ook een basisschool kent haar grenzen van zorg.

Alle leerlingen, ook de leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte moeten zo snel mogelijk, zo licht mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo goed mogelijk worden ondersteund.

Op bestuursniveau is in beeld gebracht waar de deskundigheid van iedere school op het gebied van de leerlingenzorg ligt. Daarom moeten de scholen hecht samenwerken om van ieders deskundigheid

onderling gebruik te kunnen maken. Van iedere school is het niveau van basiszorg bekend en omschreven, het onderwijszorgprofiel is ingevuld en wordt door de schoolteams onderkend.

Er wordt gewerkt met effectieve interne zorgstructuren, de IBer is de spil in het schoolzorgteam (SZT). Onderwijsbehoeften van alle leerlingen staan centraal.

Doel is : een goede en veilige plek voor iedere leerling, zodat ze allemaal een ononderbroken ontwikkeling kunnen doormaken. De eenduidige overdracht vanuit de voorschoolse omgeving als ook de informatie naar het Voortgezet Onderwijs toe over de leerlingen is van groot belang.

Ouders zijn gesprekspartner en werken samen met de school aan de ontwikkeling van hun kind. Het maken van onderlinge afspraken hoort daar bij; dit is voor het schoolplezier en het schoolsucces onmisbaar.

Door alle krachten te bundelen, gebruik te maken van elkaars expertise en samen te werken zal er een goede plek voor –bijna- iedere leerling in ons SWV te vinden zijn.

Onze school valt onder het Samen Werkings Verband 06-05 samen met het RK schoolbestuur van Quo Vadis.

Het Samenwerkingsverband maakt beleid voor alle scholen die hier onder vallen en verdeelt de financiële middelen conform dit beleid.

De scholen van ons cluster hebben met het programma ‘Kind op de Gang’ (KOG) een reëel beeld van hun ambities en mogelijkheden van het onderwijsaanbod; het zgn. zorgprofiel. Op bestuurs- en samenwerkingsverbandniveau zijn de zorgprofielen van álle basisscholen in beeld gebracht. Op de scholen wordt handelingsgericht gewerkt en de IBers krijgen vooral een coachende taak op hun school. De 1-zorgroute wordt gemeengoed. Leerkrachten, IBers en schoolleiders zijn hierin geschoold of beginnen in de nabije toekomst aan deze scholing.

Verder biedt het Samenwerkingsverband korte cursussen aansluitend bij de KOG uitkomsten. Accent zal liggen op gedrag, omgaan met moeilijke groepen, kind- en jeugdpsychiatrische beelden, dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid en sociaal emotionele ontwikkeling.

4.4 Overlegmogelijkheden ouders/leerkrachten

10-minutengesprekken

In november en maart worden alle ouders van leerlingen van groep 1 t/m 8 uitgenodigd om op school te komen. We bespreken dan met u hoe het met uw kind gaat. Op die avond wordt niet alleen over de leerresultaten van uw kind gesproken. We willen dan juist met u praten over hoe het met uw kind op school en thuis gaat. Voelen ze zich fijn of zijn er misschien vervelende zaken, die aangepakt kunnen worden.

Daarnaast bestaat er natuurlijk altijd de mogelijkheid om tussendoor een afspraak met de klassenleerkracht te maken. Dit zal dan altijd na schooltijd gebeuren. Voor schooltijd is er slechts tijd voor het geven van korte informatie.

In groep 8 zal bij het gesprek in november een eerste aanzet gegeven worden om te komen tot een definitieve schoolkeuze. Na de uitslag van de CITO-toets neemt de leerkracht van groep 8 contact op om te komen tot een gezamenlijke keuze.

De scholen van voortgezet onderwijs die doorgaans het meest in aanmerking komen zijn:

  • De scholengemeenschap St. Canisius voor MAVO/HAVO/VWO, Almelo, Tel.: 861885.
  • Het Pius X College voor VMBO B (het vroegere individueel onderwijs) /VMBO K-G-T (dat is het vroegere VBO/MAVO) /MAVO-HAVO/HAVO/VWO, Almelo, Tel.: 815245.

Telefonische mededelingen

Wanneer u ons telefonisch iets wil laten weten (bijvoorbeeld ziekte van uw kind), vragen wij u om dit voor schooltijd te doen. U kent het telefoonnummer van school: 0546-861190.

5. De organisatie rondom het schoolgebeuren.

5.1 De schoolregels en afspraken

  1. Als kinderen door ziekte of andere redenen de school niet kunnen bezoeken, verzoeken wij u daarvan voor schooltijd bericht te geven (zie bovenstaand telefoonnummer)
  2. Aanvragen van verlof i.v.m. gewichtige omstandigheden, dient schriftelijk en tijdig te geschieden bij de schooldirectie. U wordt verzocht afspraken met arts of tandarts zoveel mogelijk te maken na schooltijd om zodoende onnodig schoolverzuim te voorkomen.
  3. Indien de ouders een leerkracht persoonlijk willen spreken dan kan dat na schooltijd. (Het liefst zo min mogelijk storen onder de lessen).
  4. We vragen de ouders dringend om bij verjaardagen de traktaties zo klein mogelijk te houden. Geen kauwgom.
  5. Ouders van (vooral) de kleuters en onderbouw worden verzocht mutsen, handschoenen, tassen e.d. te voorzien van een naam om zodoende zoekraken te kunnen voorkomen (s.v.p. ook lussen aan de jassen).
  6. Alle kinderen beschikken over een luizencape. Het is verplicht deze capes ook te gebruiken .
  7. We verzoeken de ouders de kinderen niet te vroeg naar school te sturen Tien minuten voor schoolbegin (zowel ‘s morgens als ‘s middags) alsmede onder de pauze, is er pleinwacht door de leerkrachten van de school. Voor de kinderen van de onderbouw is er de mogelijkheid tot “inloop”.
  8. De ouders worden verzocht de kinderen geen snoep mee te geven naar school, maar het te laten bij b.v. een boterham of fruit. Vooral wat betreft de kleuters doen we een dringend beroep op de ouders niet te veel eten en drinken (waarbij in ieder geval géén frisdrank) mee te geven.
  9. Maandelijks krijgen de kinderen een nieuwsbrief mee, de zogenaamde “maandmededelingen”. Hierin worden belangrijke data en gebeurtenissen op school vermeld.
  10. De jeugdtijdschriften van uitgeverij Malmberg (o.a. Okki en Taptoe) worden door de school verstrekt. Betaling geschiedt niet via school, maar rechtstreeks door de ouders aan Malmberg.
  11. Bij regenachtig of koud weer dragen de kinderen vaak rubberlaarzen. Deze mogen ze niet in de klas aan hebben.
  12. De kinderen mogen na de gymles douchen..
  13. Wanneer er zich gedurende het schooljaar een verandering van school voordoet wordt er door de groepsleerkracht van uw kind een onderwijskundig rapport geschreven, waarvan u een kopie ontvangt. Dit onderwijskundig rapport dient voor de nieuwe school van uw kind als overdracht. Vanzelfsprekend zijn wij ten allen tijde bereid dit rapport toe te lichten.
  14. Onze school is al jaren een rookvrije school. Dat betekent, dat er in de school niet gerookt wordt. Degenen die toch willen roken zullen dit buiten de gymzaal moeten doen. Uit het zicht van de leerlingen.

5.2 Verzekeringen

Ongevallenvoorziening

Het bestuur van de Stichting Quo Vadis heeft een schoolongevallenverzekering afgesloten voor de leerlingen en de medewerkers van haar scholen. De verzekering is uitsluitend van toepassing op ongevallen die de leerlingen en medewerkers overkomen tijdens de schooluren, activiteiten in schoolverband, uitstapjes en excursies en tijdens het rechtstreeks komen naar de school en het weggaan van de school of de plaats waar de activiteiten, respectievelijk de werkzaamheden plaatsvinden.

De verzekerde bedragen betreffen:

  • overlijden als gevolg van een ongeval;
  • algehele blijvende invaliditeit als gevolg van het ongeval;
  • geneeskundige kosten na een ongeval en
  • tandheelkundige kosten na een ongeval.

De geneeskundige en tandheelkundige kosten moeten altijd in eerste instantie worden ingediend bij de ziektekostenverzekeraar van de betrokken leerlingen of die van de ouders/verzorgers c.q. de ziektekostenverzekeraar van de betrokken medewerkers. Indien geen of geen gehele vergoeding plaatsvindt, kan een beroep worden gedaan op de schoolverzekering die in deze zin dus altijd aanvullend is op de eigen verzekering. Vrijwilligers zijn van bestuurszijde dus niet verzekerd tegen ongevallen. 

 Schade toegebracht aan derden (Wettelijke aansprakelijkheid)

Het bestuur en/of zijn medewerkers en/of de vrijwilligers en/of zijn leerlingen kunnen aansprakelijk worden gesteld voor schade aan anderen toegebracht.

Het bestuur heeft de medewerkers, de vrijwilligers, de leerlingen van haar scholen en zichzelf tegen dit risico verzekerd door middel van een zgn. wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.

Dit alles betekent overigens niet dat alle geleden schade wordt vergoed en dat in alle gevallen aansprakelijkheid wordt erkend. Elk geval wordt apart beoordeeld.

Voor erkenning van aansprakelijkheid moet vaststaan dat een leerkracht, een vrijwilliger of andere medewerker nalatigheid (artikel 6:162 BW en artikel 6:163 BW) kan worden verweten. Bij schade toegebracht door een leerling moet vaststaan dat een leerkracht, een vrijwilliger of andere medewerker nalatig is geweest, omdat zij onvoldoende toezicht hebben gehouden.

Degene die het bestuur en/of zijn medewerker(s) c.q. vrijwilligers aansprakelijk stelt, moet aantonen dat er van onvoldoende toezicht en dus van nalatigheid sprake is geweest.

 Verlies, diefstal en vernieling

Het bestuur heeft géén verzekering voor leerlingen, medewerkers en/of vrijwilligers tegen verlies, diefstal of vernieling van eigen spullen zoals brillen, kledingstukken en fietsen.

 Gebruik privé motorvoertuigen  voor schoolactiviteiten

Het bestuur heeft géén verzekering voor schade aan privé motorvoertuigen of voor schade die veroorzaakt is door het gebruik van privé motorvoertuigen, die het gevolg zijn van activiteiten in schoolverband. Evenmin kent het bestuur een verzekering tegen letselschade van inzittenden bij het gebruik van privé motorvoertuigen bij schoolactiviteiten. Het beschikbaar stellen van privé motorvoertuigen voor schoolactiviteiten geschiedt dus altijd op eigen risico.

 Een afschrift van de bijzondere voorwaarden van de schoolongevallenverzekering en de verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid is verkrijgbaar op school of bij het Onderwijsbureau Twente te Borne.

5.3 De leerplicht

Om als leerling tot een basisschool te worden toegelaten, moeten kinderen de leeftijd van vier jaar hebben bereikt. Vierjarigen zijn niet leerplichtig. Vijfjarige kinderen zijn wel leerplichtig. Ze mogen maximaal vijf uur per week verzuimen (wel graag doorgeven aan de leerkracht) en nog eens vijf uur per week met toestemming van de directie.

Voor de rest van de kinderen bestaat gewoon een leerplicht. Ze moeten dagelijks (op tijd) naar school. Voor eventueel verlof vindt u nadere mededelingen onder “Schoolregels en afspraken”.

Leerlingen, bij wie naar het oordeel van de directeur van de basisschool, de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd, verlaten aan het einde van het schooljaar de basisschool, mits hierover met de ouders overeenstemming is bereikt.

In elk geval verlaten leerlingen de basisschool aan het einde van het schooljaar waarin ze de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.

Onder “Schooljaar” wordt letterlijk verstaan: de periode van 1 augustus t/m 31 juli daaropvolgend.

  5.4 Sponsoring

Momenteel zijn er “bestuursbreed” (nog) geen definitieve afspraken met betrekking tot sponsoring gemaakt. Het is echter wel zaak hierover enig beleid te voeren. Uitgangspunt voor het beleid van RKBS De Griffel is:

  • De sponsoring dient verenigbaar te zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de school.
  • Er mag geen schade worden berokkend aan de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van de leerlingen.
  • Sponsoring moet in overeenstemming zijn met de goede smaak en het fatsoen.
  • De sponsoring mag niet de onderwijsinhoud en/of de continuïteit van het onderwijs beïnvloeden, dan wel in strijd zijn met het onderwijsaanbod en de door de school aan het onderwijs gestelde kwalitatieve eisen.
  • Het primaire onderwijsproces mag niet afhankelijk zijn van sponsormiddelen.

Bij sponsoring kan worden gedacht aan:

  • Gesponsorde lesmaterialen. Bedrijven en organisaties bieden scholen lesmaterialen aan zoals lesboekjes, video’s, folders, posters en spellen.
  • Advertenties. Scholen bieden de mogelijkheden te adverteren in bijvoorbeeld een schoolkrant.
  • Uitdelen van producten. Winkels, bedrijven en instituten delen op school producten uit om leerlingen of hun ouders deze producten te laten proberen. Ook het aanprijzen van producten komt voor.
  • Sponsoren van activiteiten. Voor het organiseren van schoolfeesten, sportdagen en schoolreisjes kan gebruik gemaakt worden van sponsoring

5.5 Het spel- en boekenplan

Uitleenregels:

  • Kinderen die meedoen, kopen eenmalig een spel- en boekenplantas á € 1,15. Heeft u er op de peuterspeelzaal al een gekocht, dan blijft die geldig tot en met groep 2.
  • Elke dinsdagmiddag gaat uw kind samen met de juf een spelletje ruilen. U hoeft er alleen maar voor te zorgen dat uw kind op dinsdagmiddag het spelletje meeneemt naar school.
  • Als het spel of boek kwijt is of niet compleet, dan kan er een vergoeding vastgesteld worden.
  • Het materiaal moet in de spel- en boekentas meegenomen worden.
  • Alles kan minimaal één week en maximaal twee weken geleend worden.
  • De administratie is in handen van een leerkracht.

Voor nadere inlichtingen kunt u terecht bij de leerkrachten van groep 1 en 2.

5.6 Overstap

In groep 3 van de basisschool leren kinderen lezen. Een goede start bij het leren lezen is van groot belang. Een goede leesvaardigheid is bijna een voorwaarde voor een voorspoedige schoolloopbaan.

Overstap is een programma waarbij de samenwerking tussen ouders, school en kinderen hoog in het vaandel staat. Het leren lezen op school en het lezen thuis versterken en ondersteunen elkaar. Overstap vergroot de betrokkenheid van ouders bij de (leesontwikkeling) van het kind. U zult volgend jaar een aantal keren worden uitgenodigd voor het uitdelen en uitleggen van het materiaal.

5.7 Schoolvieringen

  • Het schoolkamp is ons de laatste jaren goed bevallen! Elk schooljaar staat een “driedaagse” voor de groepen 7 en 8 gepland. Dit schoolkamp vindt in de regel plaats voor de herfstvakantie.
  • Elk jaar brengt Sinterklaas een bezoek aan de RKBS De Griffel. De datum van het bezoek van de Sint hangt af van zijn bezoek aan onze “buurschool” De Twijn
  • Voor Kerstmis zal er een kerstviering worden gehouden.
  • In februari vindt het traditionele Carnavalsfeest plaats.
  • De leerlingen van groep 8 kunnen aan het eind van het schooljaar het H. Vormsel ontvangen. De voorbereiding gebeurt in samenwerking met de St. Josephparochie. Daarbij zal er een aantal ouderavonden worden belegd.
  • De kinderen van groep 4 worden in de gelegenheid gesteld om mee te doen met de Eerste Heilige Communie. Ook daarvoor zal er een aantal ouderavonden worden belegd.
  • De achtste groep houdt in de laatste schoolweek een afscheidsavond zodat de ouders en de kinderen afscheid kunnen nemen van het team.
  • Elk schooljaar worden er een of meer gezinsvieringen door de RKBS De Griffel voorbereid in samenwerking met de St. Jozefparochie. (Data volgen in de maandmededelingen.)
  • De leerlingen uit de midden- en bovenbouw zullen deelnemen aan enkele sporttoernooien die georganiseerd worden door de Almelose Sportstichting.
  • In de laatste week voor Pasen gaan de groepen uit de onderbouw eieren zoeken.
  • Er wordt jaarlijks een schoolreisje georganiseerd voor de groepen 1 en 2 en voor de groepen 3 t/m 6.Soms vindt er een schoolreisje plaats voor de kinderen van groep 1 t/m 6..
  • Eenmaal per jaar is het tijd voor het kunstproject “Ieder zijn plekje”.
  • Elk jaar worden er voorstellingen van het Kunsteducatie Platform Almelo in Hof ’88 bezocht.

5.8 Ouderraad/Medezeggenschapsraad

Ouderraad

Het bestuur van de ouderraad bestaat in principe uit ouders die een kind op onze basisschool hebben.

Doel van de ouderraad is:

  • Communicatiekanaal tussen ouders en school
  • Bespreking van algemene zaken met het schoolteam
  • Het bieden van ondersteuning aan activiteiten op school en het helpen voorbereiden en uitvoeren ervan

De contributie bedraagt  € 25,00 per kind. Dit bedrag kan slechts in één keer worden voldaan. Via school krijgen de oudste kinderen hiervoor een enveloppe mee naar huis. Voor de kinderen die na januari nieuw op school komen, wordt een ouderbijdrage van € 12,50 per jaar gerekend. Deze contributie is op basis van vrijwilligheid, maar wordt gebruikt om allerlei activiteiten voor uw kind te organiseren. Zonder deze ouderbijdrage kunnen deze activiteiten dus eigenlijk geen doorgang vinden. U zult in de enveloppe die u krijgt om de ouderbijdrage te voldoen een verantwoording voor de besteding van deze bijdrage aantreffen.

Om u een indruk te geven waarvoor deze financiële middelen gebruikt worden en welke activiteiten er samen met de school georganiseerd worden ziet u hieronder een aantal voorbeelden:

  • Sinterklaasfeest, Kerstviering, Carnaval, Eierenzoeken (voor Pasen), Schoolreisje, een kleine attentie bij de Eerste Communie en het Vormsel, Schoolverlaterdag, Sporttoernooien.
  • Attenties, langdurig zieken, jubilea, huwelijk, geboorte, afscheid enz.
  • Vergaderkosten.

Vergaderingen

De ouderraad komt ongeveer 10 keer per jaar bij elkaar. Daarbij wordt soms de schooldirectie uitgenodigd. Ook is er op afroep een van de leerkrachten aanwezig.

De ouderraad wil elk jaar weer graag een beroep op u kunnen doen voor ouderhulp bij allerlei activiteiten zoals Kerstviering, Sinterklaasfeest en Carnaval.

Medezeggenschapsraad

Op onze school is een medezeggenschapsraad (MR).

Hierin zitten vertegenwoordigers van ouders en leerkrachten.)

De MR weet zich gebonden aan een Medezeggenschapsreglement. De MR mag in sommige zaken advies geven en in andere zaken is goedkeuring van de MR vereist. Een van de zaken waarvoor de MR haar instemming dient te verlenen is deze schoolgids, maar ook de inzet van de formatie, het schoolbudget, de begroting, het schoolplan, het strategisch beleidsplan en andere beleidszaken zijn MR-aangelegenheden. De MR vergadert zo vaak men dat nodig vindt (afhankelijk van de vergaderpunten). Doorgaans is dat zesmaal per jaar. 

De schooldirectie is bij de MR-vergaderingen aanwezig en heeft een adviserende rol.

Binnen het bestuur van Quo Vadis  is er een G.M.R. (Gemeenschappelijke Medezeggenschaps-raad) opgericht. Hierin zitten afvaardigingen van alle (onder ons bestuur vallende) medezeggenschapsraden. Het is de bedoeling dat er per MR een afgevaardigde van de oudergeleding en een afgevaardigde van het team zitting nemen in deze G.M.R. In de G.M.R. worden “schooloverstijgende” belangen behartigd.

5.9 Beleid bij ziekte van een leerkracht.

Om tegemoet te komen aan de vraag naar goede invallers voor kortdurende vervanging is er binnen ons bestuur een invalpool opgericht. In deze pool werkt een leerkracht die in vaste dienst is binnen ons bestuur en als eerste benaderd wordt voor invalwerk. Daarnaast werkt ons bestuur met een Digi-pool. Dit is een digitale lijst met een groot aantal leerkrachten, die nog niet in dienst zijn bij ons betuur, maar die graag bereid zijn in te vallen op de scholen van Quo Vadis. Via een digitale lijst kan de directeur zien of er nog leerkrachten beschikbaar zijn. Zij kunnen via deze digitale lijst ingepland worden. Deze leerkrachten zijn, voordat ze op deze lijst geplaatst worden, gescreend. Deze invallers worden gedurende de periode dat ze op de invallijst staan extra gevolgd en begeleid.

Ondanks de invalpool en de digi-pool kan het nog steeds gebeuren dat er geen enkele invalleerkracht beschikbaar is. Als dit het geval is dan geldt het volgende protocol.

Als er geen vervanger is voor een afwezige leerkracht wordt eerst bekeken of er binnen de school leerkrachten zijn die de groep kunnen overnemen. Voor ten hoogste één dag zal er sprake kunnen zijn van ADV-ruilen, het inzetten van de Interne Begeleider, het omzetten van directie-uren, of het verdelen van de groep over de naastliggende groepen.

Incidenteel zal een stagiaire, vanzelfsprekend onder verantwoordelijkheid van de directie, een groep kunnen overnemen. Indien de vervanging niet anders geregeld kan worden zal een klas, de volgende dag, voor ten hoogste twee dagen achtereen naar huis worden gestuurd. Na twee dagen zal een andere klas thuis moeten blijven. Indien thuis geen opvang mogelijk is, kan (indien aanwezig) een onderwijsondersteunend personeelslid de opvang verzorgen. U krijgt als ouders dus een dag van tevoren schriftelijk bericht over hoe zaken geregeld zijn. Uiteraard blijven we continue proberen vervanging te realiseren.

Dit protocol is vastgesteld om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen blijven waarborgen, om de werkdruk bij het personeel niet nog groter te maken en om leerlingen niet “onder schooltijd” naar huis te hoeven sturen. De directies en het bevoegd gezag (het bestuur) doen er alles aan om steeds weer invallers te vinden.

5.10 Hulpouders

Behalve de reeds bij de afzonderlijke onderdelen genoemde hulpouders is er nog een aantal ouders in onze school actief. Een aantal ouders zorgen voor een regelmatige controle op hoofdluis Daarnaast is nog een aantal ouders actief als spelletjesmoeder.

Sinds april 2003 worden wij eveneens geholpen door een aantal vrijwilligers van de Stichting Welzijn Ouderen. Deze mensen helpen ons bij de rekenspelletjes in verschillende groepen.

Voor incidentele ouderhulp wordt regelmatig een verzoek gedaan via de maandmededelingen of een apart schrijven. Wanneer u in de gelegenheid bent om af en toe voor de school beschikbaar te zijn als hulpouder, wordt dat door ons zéér op prijs gesteld!

 5.11 Het PAD-Leerplan.

Het leerplan is speciaal ontwikkeld om de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen te

verbeteren. Mevr. Kaptein is de contactpersoon rond het hele PAD-leerplan. Ouders en leerkrachten die vragen hebben over dit leerplan kunnen bij haar terecht. (Graag na schooltijd, of op afspraak)

Het PAD-Leerplan: “eerst denken, dan pas doen”

Iedereen kent ze wel: die kinderen die steeds maar weer ruzie met hun vriendjes krijgen. Die er op los slaan bij het minste of het geringste. En die achteraf al snel weer spijt hebben van hun gedrag: het was gebeurd voor ze het wisten. Het overkwam hen gewoon.

Of anders die kinderen die geen aansluiting vinden bij hun leeftijdsgenootjes. Soms zelfs voortdurend gepest worden. Zo ook kinderen die door hun gedrag hun klasgenootjes irriteren

Verder zijn er nog de kinderen die steeds weer allesbehalve leuke grapjes uithalen, de clown spelen. En de kinderen die vaak klikken, klagen, zeuren enz.

Al deze, op het oog zo verschillende kinderen hebben vaak toch wat gemeenschappelijk: zij begrijpen niet wat in hun gedrag al die vervelende reacties uit hun omgeving oproept en wat zij kunnen doen om te veranderen. Zij voelen zich als het ware machteloos en daardoor niet prettig, ze zitten “niet lekker in hun vel”.

Deze kinderen met sociaal emotionele problemen zie je niet alleen in het speciaal basisonderwijs, maar ook op (steeds meer) basisscholen. De school heeft tot taak de sociaal emotionele ontwikkeling van al haar leerlingen systematisch te bevorderen.

De kern van het PAD-Leerplan bestaat daarbij uit het zelfstandig leren van het oplossen van problemen door de kinderen. Zij leren een algemeen toepasbare denkstrategie, die grofweg in drie delen uiteenvalt. Behalve het echte probleemoplossen zijn de twee andere aspecten het ontwikkelen van de zelfcontrole en het onderkennen van gevoelens.

6. Gymonderwijs

De kinderen van groep 1 en 2 hebben hun kleutergym in het speellokaal of, al naar gelang de weersomstandigheden, op de speelplaats. In het speellokaal dragen de kinderen gymschoenen. Deze blijven op school. Bij aanschaf van ­nieuwe schoenen graag schoenen zonder veters.

Voor de gymlessen voor de groepen 3 t/m 8 zijn een gymbroek, -shirt of gympakje en goede gymschoenen nodig. Dit alles graag meebrengen in een gymtas. Gym op blote voeten is niet toegestaan i.v.m. het gevaar voor voetwratten en voetschimmel. Omdat we het vanzelfsprekend vinden dat de kinderen na het gymmen gaan douchen is een handdoek ook wenselijk.

De kinderen van groep 4 krijgen de kans om onder schooltijd zwemles te volgen. Deze groep wordt per bus naar het zwembad vervoerd. Voor deze groep geldt dat ze een keer gaan zwemmen en alleen op dinsdag gymles hebben.

Het gymrooster staat vermeld in de  “Belangrijke weetjes”.

7. Computeronderwijs

De RKBS De Griffel beschikt over een ruim aantal computers. In de kleuterlokalen staan twee computers opgesteld, waarvan er in ieder geval één is aangesloten op het netwerk. Daarnaast staan er in de grote hal twaalf computers. Deze computers staan in een netwerk aan elkaar gekoppeld. Alle computers worden gebruikt door alle kinderen uit alle groepen. In de I.B.-ruimte staat een computer, die wordt ingezet voor de Remedial Teaching. De computer in de directiekamer is een administratiecomputer en is dus alleen beschikbaar voor personeel en directie.

In de groepen 1 en 2 worden de computers gebruikt om de kinderen de muisvaardigheid aan te leren en voor oefeningen t.a.v. de zintuigelijke waarneming. Ze werken ook met de programma’s Schatkist lezen en rekenen. De kinderen kunnen hiermee zelfstandig hun taal en rekenvaardigheden verbeteren.  Dit schooljaar wordt de computer in deze groepen ook gebruikt bij het afnemen van bepaalde Cito-toetsen.

In de groepen 3 tot en met 6 worden de computers hoofdzakelijk methode-ondersteunend gebruikt. In de groepen 6 t/m 8 leren de kinderen om te gaan met de computer via het programma Basisbits. Daarna wordt er gewerkt met Windows 2007 en het tekstverwerkingsprogramma Word for Windows. Hiervoor gebruiken we voornamelijk de computers in de hal van de school. Bij deze lessen krijgen we ondersteuning van een of meer vrijwilligers..

Voor de kinderen van groep 3 en 4 bestaat ook de mogelijkheid om gebruik te maken van de methode “De Leesladder”. Dit is een programma dat vooral bedoeld is voor kinderen die moeite hebben met het leren lezen.  De nieuwe methodes, die we de afgelopen jaren hebben aangeschaft, worden allemaal ondersteund door computerprogramma’s. Bij de aanschaf van nieuwe methodes is een goed computerprogramma een van de voorwaarden.

Daarnaast kunnen de kinderen van de RKBS De Griffel gebruik maken van diverse spelletjes. Deze hebben vanzelfsprekend ten allen tijde een “lerend aspect”.

8. Data

8.1 Schooltijden

Groep 1 t/m 8:

Dagelijks van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 15.00 uur

Op woensdag tot 12.30 uur

Vrijdagmiddag tot12.15 uur

8.2 Vakantieregeling

Jaarlijks wordt het vakantierooster in overleg met de andere scholen in Almelo vastgesteld.  In de “Belangrijke Weetjes” kunt u het vakantierooster van dit jaar vinden.

8.3 Vrije dagen/uren

Elk schooljaar bieden de zogenaamde “marge-uren” (dat zijn de teveel gemaakte uren per jaar) de mogelijkheid om een aantal studiedagen in te lassen. In de “Belangrijke Weetjes “kunt u vinden wanneer we dit schooljaar deze studiedagen hebben ingepland. Naast deze jaarlijkse planning kan er ook in de loop van het jaar nog wel een studiedag ingepland worden. In de maandmededelingen krijgt u hier dan informatie over.

8.4 Schoolsportdagen

Ook dit schooljaar zullen wij deelnemen aan verschillende sportactiviteiten. In de Maandmedelingen zult u hier meer over kunnen lezen.

8.5 Verlof buiten de schoolvakanties

Artikel 11

Artikel 13

Artikel 13a

Artikel 14

Toelichting

Sinds de herziening van de Leerplichtwet 1969 zijn de regels omtrent extra verlof of vakantie aangescherpt.

Wij kennen twee soorten verlof:

  1. extra vakantieverlof
  2. extra verlof wegens gewichtige omstandigheden:
    1. tot maximum 10 schooldagen
    2. meer dan 10 schooldagen     

De extra vakantie buiten de reguliere schoolvakanties is alleen nog maar mogelijk in verband met de aard van het beroep van een van de ouders/verzorgers/voogden van een leerling.

 

Richtlijnen verlof buiten de schoolvakanties

De Leerplichtwet 1969 kent twee soorten verlof.

A.Extra vakantieverlof
Algemeen uitgangspunt is:Verlof buiten de schoolvakanties is niet mogelijk, tenzij er sprake is van artikel 13a van de Leerplichtwet 1969, waarin staat aangegeven dat het alleen wegens specifieke aard van het beroep van een van ouders/verzorgers/voogden slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan.
Onder “aard van het beroep” verstaan we een beroep dat volledig afhankelijk is van de schoolvakanties. Als voorbeeld kan hier een campinghouder genoemd worden. Een werknemer met een willekeurig beroep, die in de vakantieperiode bij zijn werkgever om organisatorische redenen niet gemist kan worden, kan geen verlof wegens “aard van het beroep” worden gegeven.
Ouders dienen hiervoor minimaal twee maanden van tevoren bij de directeur van de school schriftelijk een verzoek in te dienen. Tevens moet een werkgeversverklaring worden overlegd, waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is.

Het verlof kan:

  • slechts éénmaal per schooljaar worden verleend.
  • mag niet langer duren dan tien schooldagen
  • mag niet plaatsvinden in de eerste twee weken van het schooljaar

Voor partieel leerplichtigen geldt een evenredig deel.

De leerplichtambtenaar komt bij deze aanvragen niet in beeld, tenzij men langer wegblijft dan is toegestaan door de directeur van de school en er dus sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim, dat wel bij de leerplichtambtenaar gemeld moet worden.

  1. B.    Gewichtige omstandigheden: tien schooldagen per schooljaar of minder.

Dit kunnen plezierige, maar ook minder plezierige, omstandigheden zijn. Een verzoek om extra verlof in geval van gewichtige omstandigheden op grond van het gestelde in artikel 14, lid 1 van de Leerplichtwet 1969, voor tien schooldagen per schooljaar of minder, dient vooraf of binnen twee dagen na ontstaan van de verhindering aan de directeur van de school te worden voorgelegd en door deze op basis van de wet te worden afgehandeld.

Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • voor het voldoen aan een wettelijke verplichting voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden
  • voor verhuizing voor ten hoogste één dag
  • gezinsuitbreiding voor ten hoogste één dag
  • voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad voor één of ten hoogste twee dagen, afhankelijk van de vraag of dit huwelijk wordt gesloten in of buiten de woonplaats van belanghebbende
  • bij ernstige ziekte van ouders of bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, duur in overleg met de directeur van de school
  • bij overlijden
    van bloed- of aanverwanten in de eerste graad, ten hoogste vier dagen
    van bloed- of aanverwanten in de tweede graad, ten hoogste twee dagen
    van bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad, ten hoogste één dag
  • bij 25-, 40-, en 50-jarige  ambtsjubileum en 12½-, 25-, 40-, 50-, of 60-jarig